Hoofdstuk 6: Visie Jongerenwerk vertaald in doelstellingen

Matth. 22:37-40:
Jezus antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand’ (=God liefhebben). Dat is het eerste en grootste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf (=dienen). Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.

Matth. 28:19-20
‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen (=evangelisatie), door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest (=gemeenschap), en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb (=groei). En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

6.1 Visie jongerenwerk

De pijlers van het jongerenwerk zijn:

  1. God liefhebben: jongeren helpen Gods genade in hun leven te ervaren en Hem te aanbidden.
  2. Geloofsgroei en Gemeenschap: jongeren helpen te groeien in het geloof en hen aan elkaar verbinden
  1. Dienen en Evangelisatie: jongeren stimuleren te ontdekken hoe zij dienstbaar kunnen zijn en het geloof kunnen uitdragen in hun omgeving.

Hierin zijn wij afhankelijk van God: Hij belooft bij ons te zijn tot het einde van de tijd.

6.2 De plaats van het jongerenwerk

De kerk en het jongerenwerk wil de ouders helpen het geloof in God door te geven aan de jeugd, die zowel een wezenlijk deel is van de kerk van nu als de kerk is van de toekomst. De jeugd moet een eigen plaats hebben binnen de gemeente, als een kind binnen een gezin.
Het jongerenwerk is een aanvulling naast o.a. de opvoeding van de ouders, andere kerkelijke activiteiten en eventueel de school. Het jongerenwerk staat dus niet op zichzelf. Het is van belang dat we elkaar steunen en helpen in onze gezamenlijke missie.

6.3 Doelen benaderd vanuit de visie

6.3.1 Algemeen

Het bieden van een goede organisatie en structuur waarin de bovengenoemde visie tot zijn recht komt.

Doelstellingen:

  1. Een goed opgebouwd jongerenwerk waarbij God liefhebben, (geloofs-)groei, gemeenschap, dienstbaarheid en evangelisatie tot hun recht komen en in balans zijn.
  2. Een goede communicatie zodat zoveel mogelijk mensen op de hoogte zijn van de visie, bidden, meewerken en meedenken om de visie te verwezenlijken.
  3. Het toerusten en ondersteunen van jeugdouderlingen, jeugddiakenen, clubleiders, kindernevendienstleiders, huiscatecheten, ouders, etc. zodat iedereen zijn/haar specifieke plek in het jeugdwerk kan innemen en we samen kunnen werken aan deze visie.
  4. Coördineren van de activiteiten tussen de verschillende wijkgemeenten en zorgen voor samenhang en samenwerking.
  1. Ontwikkeling van beleid ten aanzien van jeugdactiviteiten en het initiëren van deze activiteiten.

6.3.2 God liefhebben

Doelstellingen:

  1. Zorgen voor activiteiten waarin de jongeren worden aangemoedigd het geloof persoonlijk te maken en God lief te hebben.
  2. Ouders, clubleiders, kindernevendienstleiders, etc. toerusten en aanmoedigen hun geloof voor te leven en over te dragen aan de kinderen en jongeren.
  1. Benadrukken van de noodzaak van gebed en de leiding van Gods Geest voor en door de jeugd en het jongerenwerk.

6.3.3 Geloofsgroei

Doelstellingen:

  1. Zorgen voor activiteiten waarbij jongeren kunnen groeien in het geloof en waarbij ze worden aangesproken op hun niveau.
  2. Zorgen voor activiteiten waarbij de jongeren worden aangemoedigd hun geloof in praktijk te brengen en eigen te maken.
  1. Jongeren aanmoedigen zich afhankelijk op te stellen van God. Ze willen van en over Hem leren door de bijbel, gebed, de kerkdiensten, het jeugdwerk en mensen om hen heen.

6.3.4 Gemeenschap

Doelstellingen:

  1. De jeugd voelt zich thuis in de gemeente en heeft een eigen plaats binnen de gemeente. Er zijn contacten en gesprekken tussen jongeren en ouderen.
  2. Activiteiten organiseren waarbij de jeugd elkaar leert kennen en vriendschappen zich kunnen ontwikkelen.
  1. De gemeente helpt voorkomen dat jongeren in probleemsituaties terechtkomen, signaleert jongeren in probleemsituaties en helpt hen in zoverre kennis en ervaring dat toelaten.

6.3.5 Dienen

Doelstellingen:

  1. Jongeren bewust maken van hun omgeving en hoe zij hierin dienstbaar kunnen zijn.
  2. Jongeren leren hoe zij om moeten gaan met geld en hen leren te geven.
  1. Jongeren weten wie de jeugddiaken is, wat hij/zij doet, waarvoor ze bij hem/haar terecht kunnen.

6.3.6 Evangelisatie

Doelstellingen:

  1. Jeugdevangelisatie.
  2. Jongeren leren over het geloof te praten met vrienden.
  1. Laagdrempelige activiteiten organiseren waar jongeren hun vrienden mee naar toe kunnen nemen. Jongeren aanmoedigen hun vrienden mee te nemen naar kerkelijke activiteiten.