1. Geloofsleven
Gebed en Bijbelstudie (Matth. 6:9-13; Joh. 15)
- Het gebed willen we een centrale plaats geven in het persoonlijke leven en in het gemeente-zijn. De kerkenraad dient zich op het gebed te bezinnen, dit te stimuleren en voor te leven
Levensheiliging (II Cor. 7:1)
- De gemeente toerusten om heilig te leven in een ontkerstenende samenleving;
- Handhaving en uitbreiding van de plaats van de wetslezing, schuldbelijdenis en genadeverkondiging in de eredienst;
- Onderwijs over heiliging een plaats geven in prediking en pastoraat.
Rentmeesterschap (Jes. 5:8; 1 Tim.6:17-19; II Cor. 8:1-7)
- Elkaar als gemeente aansporen om een goed rentmeester te zijn van datgene wat we van God gekregen hebben.
- In de prediking concreet aandacht geven aan rentmeesterschap.
- Het opstarten van een kring over rentmeesterschap.
- Het stimuleren van het geven van onze tienden.
2. Gemeenteleven
Eenheid in verscheidenheid (Ps. 133; I Cor. 12; I Cor. 14; Joh. 13:34-35; Ef. 4)
- Bewustwording van wat het betekent het om lid te zijn van onze gemeente (doel, verwachtingen, verantwoordelijkheden);
- Openstaan voor nieuwe gemeenteleden; (= openstaan voldoende)
- Persoonlijke aandacht en betrokkenheid op elkaar stimuleren;
- Specifiek omzien naar elkaar: de gemeente, ouderen, jeugdwerk, alleenstaanden, zieken, weduwen, wezen, gescheiden echtparen en hun kinderen.
Omzien naar elkaar – Pastoraat (Rom. 12:15; Joh. 21:15-17; Luc. 10:37
- Structuur en overzicht in het pastoraat (o.a. huisbezoek) te krijgen zodat het beleid kan worden toegepast op de gemeente. Pastoraat op kleine schaal is het meest effectief, daarom het kringenwerk als middel inzetten;
- Het pastoraat is bestemd voor en afhankelijk van ieder gemeentelid. Toerusting zal daarom gemeentebreed op alle groepen (ambtsdragers, gemeentewerkers en individuele gelovigen) gericht moeten worden;
- Crisispastoraat waarin de predikant een belangrijke rol vervult.
Zorgen voor elkaar – Diaconaat (Luc.3:11; Hand. 6:1-7; Jac. 1:27)
- De diaconie dient vorm te geven aan de opdracht tot naastenliefde door de zorg voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten, ouderen en jongeren, zieken en eenzamen. Daarnaast dienen we oog te hebben voor diegenen met financiële problemen alsmede de verslaafden, en de noden van onze naasten wereldwijd.
- De diaconie betrekt hierbij de gehele wijkgemeente opdat optimaal gebruik gemaakt wordt van de beschikbare talenten.
3. Betrokken Kringen
Betrokken kringen (Ex. 18:17-23; Luc. 6:12-13)
- Uitgangspunt is dat mensen zich aansluiten bij een bijbelkring, een groeigroep of bij een andere vorm van kringwerk in de wijk. Daarbij neemt het omzien naar elkaar een belangrijke plaats in. Het is daarom van belang gemeenteleden te stimuleren om deel te nemen aan een kring. De kerkenraad geeft hierin het voorbeeld.
4. Inspirerende Erediensten
Inspirerende erediensten (Rom 12:1; Col. 4:2-6; I Cor. 12 en 14)
- De verkondiging en bediening van sacramenten centraal blijven stellen;
- De dienst der gebeden een belangrijkere plaats geven;
- Lofprijzing en aanbidding stimuleren en zoeken naar nieuwe vormen door bijvoorbeeld een “liederenblok”;
- Betrokkenheid bij de dienst bevorderen door inschakeling van gemeenteleden;
- Zorgen dat ruimhartig gegeven wordt in de dienst der offeranden;
- Concreet in de prediking ingaan op de punten van onze visie
5. Gavengerichte Taakvervulling
Gavengerichte Taakvervulling (Ef. 4:1-16; Rom. 12; II Tim: 1-2; Ex.18)
- Bestaande gaven kunnen bij gemeenteleden ontdekt/ontwikkeld worden. Daarnaast kan de gemeente behoefte hebben aan specifieke gaven waarnaar gezocht moet worden.
- Een en ander vergt eerst aandacht voor de structuur van de gemeente. De vele activiteiten in de gemeente vertegenwoordigd worden in de kerkenraad. (zin loopt niet)
- Vanuit de kringen concreet inzicht krijgen in de individuele gaven en talenten van gemeenteleden.
Vorming (Ef. 4:1-16)
- Marriage Course en pre-Marriage Course; vorming op het gebied van het aangaan en onderhouden van huwelijksrelaties, zoals God die heeft bedoeld. (= plan van aanpak)
- Lofprijzing en aanbidding; gemeenteleden bewustmaken van het belang en de waarde van aanbidding in de relatie met onze Schepper.
- Initiëren en uitwerken van concrete cursussen op het gebied van opvoeding, gebed/stille tijd, ministry, etc, etc.
- Gemeenteleden bewustmaken van hun specifieke gaven en die vervolgens op de juiste plaatsen binnen de gemeente in te zetten. Hiervoor is de aanwezigheid van een bloeiend kringenwerk noodzakelijk. Herintroductie van de gavenbank is een optie, echter alleen als dat vanuit de kringen kan worden opgebouwd. (plan van aanpak??)
- Verder voortbouwen op de reeds georganiseerde cursussen en avonden over de kracht van de Heilige Geest en van daaruit de gemeenteleden verder vertrouwd maken met het werk van de Heilige Geest.
- Gemeenteleen bewust maken en aansporen tot hun taak in de grote opdracht
Toerusting (Ef. 4:1-16)
- Toerusting van jeugdleiders, door periodiek (jaarlijks) nieuwe jeugdleiders een training aan te bieden. Verder individuele toerusting mogelijk maken door per jeugdleider een analyse te maken van benodigde toerusting (bijvoorbeeld: tienerpastoraat, nazorg, spreken voor groepen, etc. etc.).
- Periodiek voor bezoekmedewerk(st)ers een toerustings- / bezinningsmoment te organiseren. Daarnaast specifiek trainingen worden aangeboden, zoals: luisteren, bidden met mensen, pastoraat.
- Toerusting van kerkenraadsleden;
- Toerusting kringleiders en kringen in het algemeen. In kringverband kunnen cursussen ‘De gaven van de Geest’ worden gegeven. Nieuwe kringleiders kunnen toegerust worden op het leiding geven aan kleine groepen.
6. Getuigende Gemeente
Evangelisatie (Hand. 4:12; Matth. 28:16-20; II Cor. 2:15; Kol. 4:2-6)
- Als gemeente en als individuele gemeenteleden gericht zijn op onze omgeving en openstaan voor de ander;
- Gemeenteleden stimuleren tot het geven van een persoonlijk getuigenis tijdens onze samenkomsten;
- Regelmatig een laagdrempelige dienst houden naast de reeds bestaande laagdrempelige scholendiensten;
- Jaarlijks vanuit de wijkgemeente een huis-aan-huis actie organiseren in een deel van onze geografische wijk;
- Regelmatig Alpha-cursussen verzorgen;
- Ongelovigen ondersteunen in het leren kennen van Jezus als hun Heer en bij het functioneren als lid van de Gemeente, waarbij men zijn gaven en talenten wil inzetten voor de opbouw van Gods koninkrijk;
- Onze jongeren aanmoedigen al vroeg een keuze te maken voor Jezus als Heer van hun leven en hen stimuleren deel te nemen aan plaatselijke (jongerendiensten en praise-avonden) en landelijke (EO-jongerendag, diaconale vakanties) activiteiten waardoor ze kunnen groeien in hun geloof en in het uitdragen daarvan;
- In de prediking aandacht geven aan getuigend gemeente zijn
Zending (Hand. 4:12; Matth. 28:16-20; II Cor. 2:15; Kol. 4:2-6)
- Onderhouden van goede contacten met de door onze gemeente uitgezonden zendingswerkers.
- Daadwerkelijk iets te betekenen voor de mensen waarvoor onze zendingswerkers verantwoordelijk zijn. Hierbij valt te denken aan een brief- c.q. mailwisseling tussen kinderen/tieners van onze gemeente en de kinderen/tieners van de gemeenschap waar onze werkers naartoe zijn uitgezonden.
- Voortdurend erop gericht te zijn gemeenteleden uit te zenden
7. Betrokken Jongerenwerk
Zie hoofdstuk zes voor de verwoording van visie en concrete beleidsvoornemens/ doelstellingen van het jongerenwerk.
8. Kwaliteit in Leiderschap
Kwaliteit in Leiderschap (Neh. 1 en 2; Rom. 12:8; Ef. 4:11-12; Hand. 6:2-5)
- Evaluatie van de huidige structuur en het leiderschap binnen de gemeente.
- Formuleren van heldere doelstellingen en verwachtingen voor activiteiten en elkaar aanspreken op het resultaat.
- Eraan werken dat ieder onderdeel van de gemeente een werkplan heeft waarin: doelstelling, uitgangspunten, werkwijze en opzet vermeld worden.
- Alle activiteiten moeten gericht zijn op de doelen en de missie. Activiteiten die hierbij niet aansluiten worden niet gedaan.