Viering Heilig Avondmaal – Zondag 23 januari 2011
17.00 uur – Voortzetting en dankzegging viering Heilig Avondmaal
Pianist: dhr. J. de Wit. Koster: mw. B. v.d. Wetering.
Pianospel.
Welkom en mededelingen door de kerkenraad.
Intochtslied: Psalm 51: 1, 2, 4.
Stil gebed-votum-groet.
Zingen: Ev. Liedbundel 150: 1, 3.
Apostolische Geloofsbelijdenis. (gelezen/staande)
Zingen: Ev. Liedbundel 362: 1, 2, 4.
Gebed.
Schriftlezing: Richteren 6: 7-32.
Zingen: Psalm 51: 7.
Verkondiging. (zie onder)
Zingen: Psalm 51: 5, 6.
Viering Heilig Avondmaal.
Zingen tijdens toebereiding van de Tafel: Gezang 358: 1, 2, 3, 4.
Viering Heilig Avondmaal.
Zingen na de Viering: Ev. Liedbundel 341.
Gebed + Onze Vader.
Collecte.
Slotlied: Gezang 393: 1, 2, 3, 4.
Zegen, 3 x A-MEN.
Pianospel.
Een weergave van de verkondiging
Gemeente van onze Here Jezus Christus:
Als een priester in Israël offert, moet hij, voordat hij een offer voor het volk gaat opdragen, voor zichzelf een offer brengen. Als de Here God Gideon roept moet Gideon eerst, in de opdracht die God hem geeft, zelf leren vertrouwen, voordat hij daarna de strijd aangaat tegen de afgoden. Vervolgens kan hij de strijd pas aanbinden tegen de vijanden die als een tuchtigingsmaatregel over het volk gekomen zijn. Bij alles wat er mis gaat om ons heen, persoonlijk, in het gezin, in ons land, moet de eerste vraag altijd zijn: Wat is er mis bij mij of met mij?Van daaruit naar onze omgeving.De viering van het Heilig Avondmaal is allereerst een persoonlijke reiniging tussen God en ons. Van daaruit gaat het naar de gemeenschap om ons heen.
Gideon heeft God leren kennen en erkennen als de Bron van vrede. De Here is Vrede, zo noemt hij het altaar dat hij opricht en dat er , zo staat er in vers 24, tot op de huidige dag staat. Inderdaad, het altaar staat er nog. Adonai shalom, De Heer is vrede. Dan krijgt Gideon een opdracht. “Handel zo en zo.” Na de rechtvaardiging de heiliging, als u de termen kent. Na de vrijspraak aan het altaar, het voortgaande nieuwe leven met God. Als u de plattegrond van de tabernakel en de tempel voor u ziet, eerst het brandofferaltaar, waar het offer gebracht moet worden, en daarna het wasvat, de reiniging. Bij de avondmaalsviering vanmorgen, stond hier het doopvont en het staat er nog en er hangt een briefje aan waar de kosteres op geschreven heeft: “Hier laten staan.” We vieren het avondmaal, maar dit moet blijven staan. De doop, we zijn gedoopt, de voortdurende reiniging, de dagelijkse reiniging voor God staat hier als symbool naast het symbool van het altaar. Het brandofferaltaar waar de zonde is verzoend. Deze beide voorwerpen waren als enige voorwerpen zichtbaar in de voorhof van de tempel. Zo ook in ieder kerkgebouw.
Gideon moet de strijd aangaan tegen de afgoderij. Gideon krijgt de opdracht om de afgoderij bij de wortel aan te pakken. Radicaal! Dat woord kent u wel, dat is afgeleid uit het Latijn. Radix, dat betekent wortel. Tot de wortel. Als je een paardenbloem, die lastige paardenbloem, uit je gazon wilt hebben, dan kun je de bloem eraf trekken, je kunt de blaadjes eraf trekken, je kunt hem zelfs onder de blaadjes afsnijden, maar hij komt weer terug. Hij moet met de hele wortel eruit, tot de radix, radicaal. Dat is de opdracht die Gideon krijgt. Het altaar voor Baäl, dat zijn eigen vader toebehoort, moet omgehouwen worden. Zoals Willibrord een heilige eik in Friesland omhakt. Dat heeft Willibrord uiteindelijk het leven gekost. Terwijl de gevolgen van de zending van Willibrord hier, de omkeer van de heidenen tot Christus, nog steeds leeft. Gideon pakt het veilig aan. Hij doet het heel voorzichtig. Zoals er staat: “Uit vrees voor zijn familie en zijn stadsgenoten.” Heel voorzichtig doet hij het ‘s nachts. Hoe voorzichtig hij het ook doet, hij wordt toch met de dood bedreigd. “Breng uw zoon naar buiten! Hij moet sterven!” Maar zo en op deze wijze, zo radicaal, wil God het en anders niet. Gideon zal zeker bang geweest zijn, voor de woede van zijn vader, dat het altaar opeens weg is, de boosheid van de buren, maar als je zeker bent dat God bedroefd wordt, dan telt de toorn van mensen toch niet? Bovendien als we onder het gebod van God staan zal Hij ons daar zeker in steunen. Afgoderij moet tot de wortel uit ons leven verdwijnen. De Here God vraagt van ons algehele toewijding en niet maar een klein beetje. Al kost ons dat soms alles. Gideon moet het altaar afbreken en de gewijde paal, die erbij staat, omhakken. Gideon moet het altaar afbreken en niet hetzelfde altaar dat er toch al staat, dat zou praktisch zijn, aan God toewijden. Eerst eruit met de afgoden! Alle dingen in ons leven die een soortgelijke macht vormen, de binding aan een verkeerde relatie, verkeerd gebruik van ons lichaam, verslavingen, als wij reiniging willen, moet alles eruit wat ons daaraan bindt! Niet een beetje een relatie aan blijven houden, niet een beetje blijven roken, geef de duivel geen pink, want hij neemt de hele hand. Eerst gebiedt God de monumenten van het bijgeloof neer te werpen, om te gooien, te verwijderen. Daar laat Hij het niet bij, want dan legt Hij Zijn eigen dienst op. Het is niet voldoende alleen de afgoden weg te doen. God Zelf wil vervolgens die onvruchtbare plaats innemen. De gewijde paal moet niet alleen omgehakt worden, maar ook als brandstof gebruikt worden voor het altaar van God. Niet alleen alles wat zich tegen God keert zal vernietigd worden, het zal zelfs, in de vernietiging, gebruikt worden als brandstof om God te verheerlijken. Alles wordt uiteindelijk onder Zijn heerschappij gebracht! De energie die bij ons vrijkomt door ons van de afgoden tot God te wenden, wordt een bron van kracht tot verheerlijking van God! Dat is heel praktisch. Iemand die van een verslaving bevrijd wordt, dat woord zegt het zo goed, wat zijn wij slaven van machten, wat een harde meesters zijn dat waar wij slaven van zijn. Iemand die van een verslaving bevrijd wordt, hervindt nieuwe energie, hervindt gezondheid, krijgt geld ter beschikking die de verslaving gekost heeft, heel praktisch, ieder gebied dat bij ons onder water staat en dat ingepolderd wordt, wordt rijp voor nieuwe oogst. Gideon is gehoorzaam aan God. Aanvankelijk een beetje bang en voorzichtig, maar hij is gehoorzaam. Als een commando in dienst van God, moet hij, zonder tegenspreken of commentaar, bereid zijn de bevelen van God geheel te gehoorzamen. Als beeld van Jezus Christus moet hij eerst zijn volk verlossen van hun zonden en daarna het volk verlossen van hun vijanden. Het gaat altijd van binnen naar buiten.
Gideon, zo lazen we, neemt tien dienstknechten mee op wie hij zich kan verlaten en die hun knieën kennelijk niet voor Baäl hadden gebogen. Zo werkt de Here God. Denk niet dat u alleen staat in de strijd! Als u geestverwanten zoekt, zult u ze vinden! We hebben zojuist beleden: “Wij geloven in de gemeenschap der heiligen.” Waarom geloven wij daarin? Omdat God Zelf die gemeenschap wil en Zelf die gemeenschap geeft. Zoek die gemeenschap en u zult versterking ontvangen in geloof!
Gideon wordt vervolgens uit de handen van zijn vervolgers, die geconstateerd hebben dat hij zijn opdracht vervuld heeft, door zijn eigen vader gered. Waarom doet de vader van Gideon dat? Die hield dat altaar toch in stand? Zou die vader dat misschien uit liefde gedaan hebben? Uit natuurlijke liefde van een vader voor zijn zoon? Dat zou kunnen. Maar misschien ook wel hier om. Er zijn veel mensen die de moed niet hebben om in hun zuiverheid en oprechtheid te volharden, maar die degenen die dat wel doen hoog achten en hen soms stilletjes een beetje bewonderen. “Zij doen dat wel, wat ik niet durf.” Ze zijn zelfs een beetje jaloers op hen. Zo zie je dat kinderen, ook in de gemeente hier, in het radicale van het geloof hun ouders soms tot voorbeeld zijn. Het kan ook heel goed zijn dat Gideon eenvoudig God meer gehoorzaam was dan mensen, zelfs als het zijn eigen vader betreft. De Here God verandert Zelf de harten bij mensen van wie wij dat helemaal niet verwacht zouden hebben. Misschien herkent u dat wel. Soms meen je iets tegen iemand te moeten zeggen, je krijgt daar helemaal niet zo direct een reactie op, maar binnenshuis gebeuren er dan bij die persoon in kwestie soms dingen die tot een totale verandering leiden. Wij zijn natuurlijk al zo wijs, als we op een vergadering of in een gezin of bij kinderen iets horen waarvan wij zeggen: “Dat is nu precies wat wij bedoelden”, als een eigen mening wordt het dan weergegeven, onze trots niet te laten blijken dat wij degenen waren die het gezegd hadden. Het kan nog anders, want de Here God is altijd creatiever dan wij. Wij horen in deze geschiedenis niets over de moeder van Gideon. Misschien was de moeder wel dol gelukkig met de actie van haar zoon en is zij het onzichtbare instrument op de achtergrond naar Gideons vader toe. Heeft u dat ook, dat je mensen ziet die op de voorgrond treden en je gaande weg ontdekt, wat voor vrouw daar achter zit? Bij veel mensen die in de maatschappij echt goed terecht gekomen zijn, is het succes mede te verklaren door de vrouw erachter. Wie weet, is het bij Gideon zo gegaan. Kortom, doe gewoon je plicht! Wees God eenvoudig gehoorzaam en vertrouw op Hem als beschermer!
Ik kreeg eens een briefkaart van een Zeeuws gemeentelid, als ik lees wat hij daar schrijft, hoor ik zijn stem erbij:
“Als ik soms mocht vergeten wat God van mij verwacht,
dan lees ik Micha zes vers acht.”
Wat staat daar? “Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: Niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.”
Als ik soms mocht vergeten wat God van mij verwacht,
dan lees ik Micha zes vers acht.
Recht doen, trouw betrachten, nederig de weg gaan met God. Doe je plicht!
‘Doch dyn plicht en lit de lju mar rabbje.’ zeggen de Friezen dan, maar dat verstaan wij minder. Laat Baäl maar voor zichzelf twisten. Wat is belangrijker, dat wij weten dat God bedroefd blijft of dat wij mensen moeten bedroeven? Gideon krijgt op die dag de bijnaam Jerubbaäl. Laat Baäl met hem strijden. Als Baäl iets tegen zijn verwoester heeft in te brengen laat hij er maar mee voor de dag komen! Dus eigenlijk een erenaam voor Gideon, deze blijvende uitdaging aan Baäl. Laat Baäl met Jerubbaäl strijden! Laat Gideon nu ook maar de wapens opnemen tegen de Midjanieten die Baäl aanbidden. Laat Baäl dan ook de Midjanieten maar gaan beschermen! Laat Baäl voor hen strijden als hij hun God is!
Zo ziet u hoe het terrein ingepolderd wordt. Van binnen naar buiten. Eerst bij ons zelf, tegen de machten in ons en om ons heen. Dan tegen de gevolgen daarvan, over ons heen. Zo is het, gemeente. Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Als Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons dan ook niet met Hem alle dingen schenken? Ja, ik ben er zeker van, dat niets ons kan scheiden van de liefde van God, welke is in onze Richter en Leidsman Jezus Christus onze Heer.
Voor Hem en de Vader zij de lof en de eer en de aanbidding en de heerlijkheid, van nu aan tot in eeuwigheid
Amen.