Palmzondag inclusief openbaar belijdenis

Dominee: 
Ds. Kerssen
Datum: 
28 maart, 2010 - 11:00

ORDE VAN DIENST voor Palmzondag 28 maart 2010

om 11.00 uur in De Oostpoort

illustratie vis + kruis

In deze dienst wordt in het openbaar belijdenis van het geloof afgelegd door: – Arnold Groenendijk (Arnold)

- Joyce Deborah Heijstek (Joyce)

- Andrew Jörgen Quirin Moïze de Chateleux (Andrew). Andrew ontvangt tevens de Heilige Doop

- Jana Verseveldt (Jana)

- Antonieke de Vries (Antonieke)

- Rianne Zuurmond Geelhoed (Rianne)

Voorganger: ds. O.C. Kerssen

Pianist: dhr. W.J. Meerding

Pianospel.

Welkom en mededelingen door de kerkenraad.

Intochtslied: Psalm 89: 1, 2. (Ik/Mijn)

Stil gebed votum groet.

Zingen: Ev.Liedbundel 282: 1, 2. (Zijt/Het)

Gebod: Filippenzen 2:5 11.

Zingen: Gezang 399: 1, 3. (Wij/U)

Gebed.

Schriftlezing: Mattheüs 16: 13 – 17; (NBV: Toen…hemelen / graag afdrukken)

21: 1 – 17. ((niet afdr.))

Zingen: Ev.Liedbundel 408:1, 2, 3, 4, 5 + refrein. (Hos./refr.Hos./W./H./G./G.)

de kinderen kunnen tijdens het voorspel voor het volgende lied naar de nevendienst.

Zingen: Psalm 25: 2. (Here)

Prediking. (zie onder)

Muzikaal meditatief moment.

Zingen: Gezang 182: 1, 6. (Jezus leven van/Dank)

Inleiding tot de openbare belijdenis van het geloof.

Zingen: Apostolische Geloofsbelijdenis. (staande) ((graag afdr.))

de gemeente gaat zitten.

Geloofsbelijdenis door de aanstaande lidmaten.

Na geloofsbelijdenis en handoplegging en bediening Heilige Doop:

Zingen: Psalm 134:3. (staande) (Uit)

Ev.Liedbundel 351. (Machtig) de gemeente gaat zitten.

Woord van welkom namens de kerkenraad.

Gebed.

de kinderen keren terug onder het zingen van:

Zingen: Ev.Liedbundel 275:1,3,4. (‘kH/’kH/Ja)

Collecte.

Slotlied: Gezang 314:1, 3. (G./N.)

Zegen,

Gezang 456:3. (Amen)

Pianospel. ALLEN GOEDE VOORBEREIDING EN DIENST! OCK.

Na afloop van de dienst is er gelegenheid de nieuwe lidmaten en dopeling uw wensen mee te geven.

Ook is er gelegenheid tot dankzegging, voorbede of gesprek.

Informatie over de gemeente: via Ton Been.

Een weergave van de verkondiging

Gemeente van onze Here Jezus Christus:

Jezus trekt Zich met Zijn leerlingen terug naar de rand van Zijn land voor intern beraad, kun je zeggen. De mensen direct om Hem heen, moeten goed afgestemd zijn. Er gebeurt zoveel wat allemaal belangrijk is, maar je moet eerst je zaken binnenshuis op orde hebben. In je gezin, in de kern van je bestuur, in de kern van je bedrijf of in de kern van je school. Caesarea Philippi, naar de Romeinse Caesar, keizer, genoemd, door de bouwheer Philippus. Hoog boven Israël, aan de bronnen van de Jordaan, een bekend centrum van de cultus van de Griekse god Pan. Buiten de deur dus. Zo trekken leidinggevenden zich terug, buiten de deur. Juist om de blik naar binnen toe te kunnen wenden. Wie zijn wij? Waar zijn wij mee bezig? Vakanties werken in ons privé leven, in de maatschappij, vaak zo. Een heroriëntatie op elkaar. Caesarea Philippi, daar, zonder verstoringen van buitenaf, vraagt Jezus: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Die vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Er zijn opinies genoeg. Je zou hier met de microfoon rond kunnen gaan en de vraag aan u stellen. Je zou allemaal verschillende antwoorden krijgen. Wie zeggen de mensen dat Jezus is? De meningen zijn heel verschillend. Dat zou je tot vandaag nog steeds horen. Maar ze hebben één gemeenschappelijke noemer, ze stemmen allemaal hierin overeen, dat iedereen Jezus als een bijzonder Mens beschouwt. Een man met boven natuurlijke krachten en gaven. Een profetische figuur. Zo iemand als Johannes de Doper, die ze tot voor kort in hun midden hadden en die honderden mensen trok met zijn optreden. Of wat langer terug. Elia, die grote, eenzame, strijdbare figuur. Wat de discipelen hier doen is iemand noemen uit 850 jaar voor Christus. Dus een grote figuur uit het verleden. Misschien zouden wij in onze situatie zeggen: “Dat is een soort Luther,” of iets dergelijks. “Of Jeremia” zeggen anderen, 600 jaar voor Christus, want hij was ook een jong iemand en werd ook regelmatig bedreigd. Niemand zegt iets negatiefs. Nee, dat doe je niet zo gauw over de leider die je volgt. Maar er zullen zeker ook negatieve opmerkingen over Jezus door de mensen gemaakt zijn. Jezus gaat niet in op al deze typeringen en antwoorden. Hij laat ze rustig staan. Hij spitst de vraag vervolgens toe. “Wie ben Ik volgens jullie?” Het veld is verkend. Het thema is duidelijk. Nu jij! Hoe is jullie betrekking tot Mij? Wie ben Ik volgens jullie? Is dat onzekerheid over Zichzelf bij Jezus? Iedere leider kent zijn crisis, al laat je dat naar buiten toe niet zo gauw blijken. Want jij bent de leider. Iedere leider heeft als ieder mens ook vanuit zijn omgeving bevestiging nodig. Als leiderschap geen contact met het grondvlak meer heeft, raakt het leiderschap los en verkrampt het. Dan wordt het een dictatuur van zichzelf. Menig land en organisatie lijdt daar onder. Aan herders die verdwaald zijn, waar de kudde onder moet lijden. Stelt Jezus daarom Zijn vragen? Nee, dit is goddelijke pedagogie. Dit is opvoeding. Dat Jezus uiteindelijk Zijn weg volstrekt eenzaam moet gaan, weet Hij. Met Zijn vragen zoekt Hij geen bevestiging, maar Hij brengt Zijn leerlingen tot het inzicht met Wie zij te maken hebben. Daarmee tot de keus of zij ook met Hem te maken willen hebben. “Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Wie zeggen jullie dat Ik ben?” Dus, wie zeg jij dat Ik ben? Dus, wie zeg jij dat Ik ben vóór jou? Jij moet het dus zeggen. Jullie moeten het dus zeggen. Als Jezus gezegd zou hebben: “Weten jullie wel Wie je voor je hebt? Weet je wel Wie Ik ben?” Leeft u zich dat eens in. Weet je wel Wie je voor je hebt? Wat is onze reactie dan? Hij had Zijn leerlingen dan geïmponeerd. Dan hadden ze een gewenst antwoord gegeven. Niet hun antwoord. Zo’n vraag wekt al gauw een beetje innerlijk verzet bij ons op. “Weet jij wel Wie Ik ben?” “Dat zou best kunnen, maar ik ben er ook nog!” Onmiddellijk steekt onze zelfhandhaving de kop op. Simon Petrus antwoordt: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God!” Het moet er uitgeknald hebben. Dit zijn geen algemene beschouwingen. Dit is taal, recht uit het hart. Uit een geraakte ziel. Een vurig getuigenis. “U bent de Messias, de Zoon van de levende God!” Zijn diepste zekerheid spreekt Petrus hier uit. De waarheid voor zijn hele bestaan. Overgave, naar geest, naar ziel en naar lichaam. In U Jezus, openbaart de levende God Zich in ons midden. In de Verlosser, de Messias, Die komen zal en Gods koninkrijk met Hem! U bent de Messias, de Zoon van de levende God! Dat wil dus zeggen: Niet wat ik wil, niet wat ik vind, niet wat men denkt, niet wat men zegt is belangrijk, U bent dat! U bent de Messias, de Gezalfde, Christus! In die tijd werd een koning niet gekroond, maar gezalfd. Ook een profeet en een priester werd gezalfd. U bent de Koning over mij, over Uw volk. U bent de Koning over deze wereld. U bent de Profeet! Ook als U mij in Uw oordelen niet spaart. Als U Uw volk en als U deze wereld in Uw oordeel over ons niet spaart. U bent de Profeet. U bent de beloofde Hogepriester Die voor mij, voor Uw volk en voor deze wereld de weg naar de Vader opent.

Ik heb alle belijdeniscatechisanten gevraagd een brief te schrijven met het antwoord op deze vraag: “Hoe ben je tot het besluit gekomen om belijdenis te gaan doen en wat betekent dat voor jou?”

Eén van de belijdeniscatechisanten heeft treffend geschreven wie Jezus is. Niet in de zin van wat men vindt of wat men voorschrijft, maar, zo schrijft de nieuwe lidmaat nu onder ons, “Door het inzicht dat niet instituten of stromingen in de kerk christelijk zijn, maar alleen mensen christelijk kunnen zijn door hun relatie met Jezus werd het voor mij mogelijk om ook daadwerkelijk de relatie met Jezus aan te gaan.” Dat is prachtig! Dat is in feite wat er hier gebeurt. Wat we in de Bijbel lezen. God Zelf openbaart in Jezus, door Jezus, Wie Hij is en overtuigt Zelf daar, door mensen als Simon Petrus: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” “Gelukkig, gezegend, zalig ben je Simon Barjona,” zegt Jezus, “want dit is niet door mensen van vlees en bloed aan je geopenbaard, maar dat heeft God Zelf, Mijn Vader in de hemel, jou geopenbaard.” Op rotsen, peter betekend rots, peterolium = olie uit de rots. “Op deze rotsen, die dit belijden, bouw Ik Mijn gemeente.” Deze belijders zijn de bruggenhoofden van God in deze wereld. Ook voor de wereld naar God toe. Levende mensen. God Zelf moet ons deze overtuiging geven door Zijn Geest, aan ons in Zijn vrijheid, zonder dwang. Wij mogen dat in liefde beamen. Daar ja op zeggen. Ja op doen en ja op leven. Door het inzicht dat niet instituten of stromingen in de kerk christelijk zijn, maar alleen mensen christelijk kunnen zijn door hun relatie met Jezus werd het voor mij mogelijk om ook daadwerkelijk de relatie met Jezus aan te gaan.

Petrus roept zijn inzicht en overtuiging uit, maar, dat kent u misschien wel, dat je op een gegeven moment iets tegen een ander zegt, maar ook naar jezelf zit te luisteren terwijl je het zegt. Voor iedere verkondiger geldt dat. Je zegt het tegen anderen, maar het is ook gelijk voor jou zelf. Zo heeft Petrus waarschijnlijk ook naar zijn eigen stem geluisterd. Hij sprak ook tot zichzelf. Zijn belijdenis is tegelijk van hem zelf, maar tegelijkertijd ook van de Here God Die het hem geeft. Dat maakt Jezus hem duidelijk. De Vader in de hemel openbaart het Zelf aan jou. Ook nu vraagt Jezus aan ons: “Wie zeg jij dat Ik ben?” Wie ben Ik voor jou persoonlijk? Niet wat men zegt vraag Ik je, maar als je de geschiedenis van Mij, door Mijn Woord, volgt, waar sta jij dan ten opzichte van Mij? Een vraag in liefde gesteld. Niet een vraag van onzekerheid aan Zijn kant, maar de vraag om ons bestaanszekerheid te geven voor God.

De nieuwe lidmaten, ledematen van het lichaam van Christus, hebben er in alle vrijheid aldus het volgende van getuigd. Met de citaten die nu volgen, geven we ze allemaal graag stem:

Christus is bij mij en laat me zien hoe ik voor Hem kan leven. Dat laat mij eigenlijk nog maar één ding over te zeggen: Jezus is Heer!

Een ander: Door belijdenis te doen laat ik zien dat ik weet dat Hij altijd bij mij is en dat ik op Hem kan bouwen, ook in moeilijke situaties.

Een ander: Jezus is Heer! Ik wil Hem gehoorzamen. Ik vind het mooi dat ik op deze manier aan de hele gemeente kan vertellen dat ik Jezus wil volgen en bij Hem wil horen.

Een ander: Het feit dat ik openlijk voor God kies en bij Hem wil horen, betekent veel voor mij. Het is niet een verklaring die ik afleg, dat ik nu een mens ben zonder fouten. Als dat zo zou zijn, zou ik nooit belijdenis kunnen doen. God is de Belangrijkste in mijn leven! Met mijn belijdenis beloof ik aan God, dat ik zal leven zoals Hij dat wil en de gemeente zal hiervan getuige zijn. Zonder Hem kan ik niet leven!

De volgende persoon schrijft eerst over ‘wij’: Wij belijden allemaal hetzelfde geloof in Jezus. Juist daardoor weten wij ook dat wij één zijn. Met het avondmaal gedenken wij wat Jezus voor ons heeft gedaan. Nu komt ‘ik’, bij dezelfde persoon: Daar ben ik heel dankbaar voor en daarom wil ik het ook heel graag vieren.

Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Wie zeggen jullie dat Ik ben? Wie zeg jij dat Ik ben?
U bent de Messias, onze Verlosser, de Zoon van de levende God!

Geprezen zij Uw naam!

Amen.